Deze week was er in de media een bericht dat meer dan twee miljard mensen te zwaar en te dik zijn. Neen, niet gewoon zwaar en dik, maar de nadruk op het woordje ‘te’. Dat is dus bijna de helft van de wereldbevolking. Als je dan weet dat van die andere helft, die dus niet te zwaar zijn en te dik is, minstens de helft een gebrek aan voedsel heeft, dus ook niet zwaar en dik kan worden, dan is het droevig gesteld met de mensheid.
Ik weet dat ik hiermee een gevoelig onderwerp aansnijdt, maar als je beseft dat het aantal te dikke mensen sinds 1980 verdubbeld is en dit bij het overgrote deel komt door een meer dan ongezonde levensstijl, mag er best weleens een keer iets van worden gezegd.
We kunnen er allerlei theorieën op nahouden waarom het overgewicht bij mensen zo explosief is gestegen. De welvaart zal hierbij ongetwijfeld een rol spelen, maar de verantwoordelijkheid ligt in veel gevallen toch echt bij het individu zelf, waar het vaak ontbreekt aan discipline. Overgewicht en een ongezonde levensstijl leiden tot ernstige lichamelijke klachten, die op hun beurt weer zorgen voor een overbelasting van de gezondheidszorg, om nog maar te zwijgen van eventuele maatschappelijke hulp.
In het genoemde bericht kwam ook naar voren dat ongeveer veertig procent van die te dikke mensen, kinderen zijn. Kinderen die te lang achter de computer of voor de televisie zitten en daardoor te weinig beweging krijgen. Kinderen die te weinig aandacht krijgen en mee worden gesleurd in de ongezonde en onverantwoordelijke levensstijl van hun ouders. Kinderen die niet worden geleerd hoe kostbaar dat hun leven is en hoe zuinig dat zij op hun lichaam moeten zijn.
In een van mijn eerdere columns heb ik hier al eens over geschreven en heb ik veel kritiek gekregen, maar als je ziet hoe schrikbarend het aantal mensen met overgewicht toeneemt, is enige zelfreflectie wel op zijn plaats. Misschien is dit alarmerende bericht wel het moment dat mensen met een ongezonde levensstijl zichzelf een plezier gaan doen door gezond te gaan leven.
‘Hoe zwakker de geest is, hoe meer het eist; hoe sterker het is, hoe meer het gehoorzaamt’






















