Democratie is een staatsvorm waarbij het volk, door middel van een gekozen volksvertegenwoordiging, regeert. Het volk heeft dus veel inspraak. Of dat laatste altijd verstandig is, is nog maar de vraag.
In de westelijke wereld wordt democratie als een van de beste staatsvormen gezien en wordt daar over het algemeen redelijk naar gehandeld, want helemaal puur wordt deze staatsvorm door geen enkele natie bedreven. Nederland loopt qua democratie voorop. Ik mag wel zeggen kilometers vooruit, want langzaamaan begint het democratische denken en handelen zo uit de hand te lopen dat het nog slechts met moeite functioneert. We kunnen wel zeggen volkomen doorgeslagen dus.
Dit blijkt vooral aan het aantal politieke partijen dat Nederland rijk is, die allemaal uit de rijk gevulde gemeenschapskas snoepen en die allemaal hun zegje willen doen, terwijl ze veelal dezelfde taal spreken. Sinds het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw is politiek Nederland nauwelijks nog in staat om een fatsoenlijke regering neer te zetten die uit hooguit twee partijen bestaat. Met uitzondering dan van de laatste regeerperiode, maar die twee partijen hebben meer energie gestoken om elkaar de tent uit te vechten dan aan het welvaren van Nederland.
Gelukkig komen ze nu tot inkeer en heeft de eerste en tweede kamer besloten om te gaan onderzoeken of het politieke parlementaire bestel in de toekomst nog wel gaat werken. Ik hoop dat ze tot inzicht komen en besluiten dat het volk het beste af is met enkele grote serieuze en ervaren partijen, die daadkrachtig kunnen regeren, in plaats van allerlei splinterpartijtjes die er vooral voor eigen belang zitten, of voor een kleine parochie preken.
‘Veel koks bederven de brij’.






















