DIDAM/ZEVENAAR – Vorig jaar werd hij al een keer wereldkampioen en behaalde hij twee keer zilver en één keer brons. Dit jaar deed Wim Zweers die prestatie nog eens dunnetjes over. Tijdens het wereldkampioenschap in het Portugese Matosinhos (Porto) vielen zeven van zijn negen ingestuurde kanaries in de prijzen. Daarbij zaten liefst twee gouden medailles.

“Ik kweek vogeltjes die een bepaalde vorm moeten hebben”, zegt Zweers. “Dat noemen ze postuurkanaries. In die categorie wordt ook weer onderscheid gemaakt. Ik ben wereldkampioen geworden met de Mehringer, een Zwitserse frisé vogel. Met zowel de bonte enkeling als de groene stam heb ik de meeste punten behaald.”
Een stam bestaat uit vier vogels, die allemaal hetzelfde moeten zijn. De kanaries worden beoordeeld op hun grootte, vorm en houding. Zo moeten de vogels dertien centimeter groot zijn. “Verder wordt alleen de kop al op drie onderdelen beoordeeld”, weet Zweers. “Zo kun je punten halen voor de hals, kolleret (kraag) en bavette (bakkenbaarden). Maar ook voor de mantel, borst en hanenveren. Er zijn maximaal honderd punten te verdelen. De bonte Zwitserse frisé kreeg er 92, goed voor goud.”
Kweken
Zweers heeft al sinds de jaren zeventig vogels. Met deze postuurkanaries kweekt hij echter pas een jaar of tien. “De kunst is om telkens twee vogels met veel goede eigenschappen bij elkaar te zetten”, vertelt hij. “Ik probeer veel eigen lijntjes op te zetten en zoveel mogelijk vogels met elkaar te kruisen. Je moet echter wel oppassen dat je geen inteelt krijgt.”
Om de Mehringer te creëren, heeft hij eerst een Fiorini met een kleine Parijse Frisé gekruist. “De Fiorini is een hele kleine vogel en de Parijse Frisé een grote. Als je die kruist, krijg je een maat vogel die daar tussenin zit en maak je zelf een nieuw ras. Dat zorgt voor een stukje evaluatie van de vogels. De postuurkanaries zijn allemaal mengvogels. Veel rassen bestaan al tweehonderd jaar. Ze zijn dus wel levensvatbaar.”
Op dit moment heeft Zweers een kleine 150 vogels. Hij heeft echter maar dertig broedkooien, dus wil hij dertig popjes, dertig mannetjes en een paar reserves overhouden. De andere vogels worden verkocht.
“Ik heb altijd zo’n dertig euro voor een vogel gevraagd. Dat doe ik nog, ook al ben ik nu al voor het tweede achtereenvolgende jaar wereldkampioen. Het is voor mij gewoon een hobby. Ik vind het leuk om vogels te kweken en ook anderen daar bij te helpen. Maar ik wil zelf ook graag beter worden. Ik ben dan wel wereldkampioen, maar de vogels zijn nog zeker niet perfect.”
Ons Genoegen
Wim Zweers woont in Zevenaar, maar is lid van de Didamse vogelvereniging Ons Genoegen. Die vereniging heeft nog zo’n tachtig leden. “Maar de echte kwekers sterven een beetje uit”, zegt Zweers. “We proberen er wel jeugd bij te krijgen, maar die heeft tegenwoordig andere interesses. Dat is jammer, want het is een prachtige hobby.”